|
|
Registerovergang
Liesbeth ten Cate heeft een logopediepraktijk in
het centrum van Utrecht, waar veel zangers met stemproblemen
komen. ‘Utrecht is een echte zangstad, er wordt
verschrikkelijk veel aan koorzang gedaan. Omdat ik een
muzikale achtergrond heb, blokfluit en koorzang, krijg ik
ook van collega’s zangers met problemen doorgestuurd.’ Welke
problemen komt Liesbeth tegen? ‘Ik zie de laatste tijd veel
vrouwen van een jaar of vijftig, zestig die moeite hebben
met hun registerovergang (overgaan van je borststem naar je
kop- of falsetstem, ook wel stembreuk genoemd, red.). Zo’n
overgang is normaal voor elke stem en zit altijd in het
eerste octaaf, meestal rond de f'. Voor vrouwen is dit
precies het gebied waar veel gezongen wordt, vooral door de
alten. Soms krijgen zangers daar ineens een vreselijke kraak
of ze kunnen die tonen helemaal niet meer zingen. Het
slijmvlies van de stembanden wordt altijd wat minder soepel
als je ouder wordt. Sommige mensen hebben daar meer last van
dan anderen. Als ze daarbij ook te weinig letten op
stemhygiëne (zie hierna), kan er echt een 'gat', een
onbruikbaar gebied in het stembereik ontstaan. Als mensen
vroeg met zo’n klacht komen, valt er met een goede techniek
nog een heleboel te redden. Met goede articulatie en
ademsteun kun je de stem door dat lastige gebied heen
loodsen. Maar als de omstandigheden ongunstig zijn - er was
al niet veel techniek of de conditie van het slijmvlies is
te slecht - moet ik soms adviseren om maar te stoppen met
zingen.’
Vocalen
Een ander probleem dat Liesbeth ten Cate vaak ziet is dat
zangers hees zijn en hoge tonen niet meer kunnen halen. ‘Dat
ontstaat vaak als mensen hun stem geforceerd hebben. Ik zie
veel studenten of mensen met een spreekberoep met een
overbelaste stem.’ Studenten? ‘Ja, die drinken erg veel en
gaan laat uit in rokerige ruimtes met harde muziek. En dan
urenlang schreeuwend praten. Dan belast je zo
verschrikkelijk je stem. Maar een probleem kan ook puur door
de zangtechniek komen. Ik vind dat zangers vaak te weinig
articuleren op de klinkers. Ze gebruiken dan het
spraakkanaal, de ruimte vanaf de stembanden tot de lippen,
niet optimaal. De AAA van laat bijvoorbeeld krijg je door
een lage tong en dus ook een lage kaak. Als je een AAA wilt
zingen en je laat daarbij je kaak niet loshangen, kan je
tong niet echt laag komen en heb je de neiging extra druk op
je stembanden te zetten om toch die AAA-klank te krijgen. Ik
werk de eerste weken van een therapie bijna altijd aan
klinkerarticulatie. Ik hoor vaak van zangers dat ze er echt
iets aan hebben om te weten hoe de vocalen worden
geproduceerd.’
Zoutzakken
Dat klinkt een beetje als zangles. Wanneer moet je naar een
logopedist en wanneer naar een zangdocent? Liesbeth ten Cate:
‘Met klachten over de stem zou ik eerder naar een logopedist
gaan. Bij ingewikkelde stemproble-men kun je naar de foniater,
dat is een KNO-arts die zich in de stem heeft
gespecialiseerd. Een zangdocent is een goede keuze als je
wilt werken aan een mooiere klank of aan een goede
zangtechniek zonder echt klachten te hebben. Maar er is een
overgangsgebied tussen het werk van een logopedist en dat
van een zangdocent. Ik geef ook adviezen over houding. Bij
amateurkoren zie ik vaak zangers staan als ‘zoutzakken’,
mannen nog meer dan vrouwen: een beetje door hun heupen
gezakt met hun buik naar voren. In die houding komt er een
knik in je nek en zet je zowel je middenrif als je
strottenhoofd klem. En dan ga je veel eerder je stem
belasten.’
Popzangers
Liesbeth ten Cate: ‘Een andere klacht die ik vaak hoor is
“ik word moe van het zingen”. Als er geen organische
oorzaken zijn - de stembanden zijn gaaf - doe je echt iets
verkeerd in de techniek. Je probeert bijvoorbeeld een toon
of klank te maken met teveel druk tegen de stembanden. Die
komen vervolgens niet gemakkelijk in een goede trilling. Om
dat toch goed te krijgen gebruik je spierkracht waar het
niet hoort en ontwikkel je een slechte techniek. Dat leidt
tot dat vermoeide gevoel. Ik heb ook veel popzangers in mijn
praktijk. Die letten vaak heel slecht op hun stemhygiëne. Ze
moeten ook onder veel ongunstiger omstandigheden zingen dan
klassieke zangers: laat op de avond, met lawaai en rook.
Daarbij imiteren ze vaak een bepaald idool. Ze zingen op de
toonhoogte van dat idool en bootsen alle stembuigingen en
expressieve middelen na zoals trillertjes en zelfs het
vibrato. Daarmee doen ze hun eigen stem geen recht. Bij mij
moeten popzangers hun stem helemaal ‘afpellen’ tot hun eigen
kale geluid en dat weer gaan uitwerken. Ik benadruk ook dat
ze zichzelf goed moeten kunnen terughoren tijdens een
optreden. Je forceert per definitie je stem als je jezelf
niet hoort.
Iedere stem is uniek. Je moet als zanger je mogelijkheden
leren kennen en gebruiken. Met logopedie help ik mensen hun
eigen stem te vinden.’
De stem
De stembanden, of beter gezegd stemplooien, zijn twee
symmetrische lipvormige witte plooien, samengesteld uit
spier- en bindweefsel, bekleed met slijmvlies. Ze bevinden
zich in het strottenhoofd (larynx). Tijdens het ademen staan
de stemplooien van elkaar. Bij het stemgeven staan de
stemplooien in de fonatiestand: vlak bij elkaar met een
smalle spleet. De lucht komt vanuit de longen met kracht
door de stemspleet waardoor het slijmvlies van de
stemplooien gaat trillen en dus ook de lucht in trilling
wordt gebracht. Daardoor ontstaat geluid: de stem. Door met
minder of meer kracht uit te ademen en door de spieren van
de stemplooien losser of strakker te spannen, worden de
luidheid (intensiteit) en de toonhoogte (het aantal
stemplooitrillingen per seconde) beïnvloed. Bij het zingen
gebeurt dit heel nauwkeurig en gecoördineerd. De mond-,
neus- en keelholte (het aanzetstuk) zorgen voor resonantie
en klankvorming.
Stemhygiëne
 Slecht voor de stem: vaak en luid roepen, krijsen en gillen,
tabaksrook en veel kuchen of keelschrapen. Bij drang tot
schrapen kun je beter een slikbeweging maken, en ijswater of
kamillethee te drinken. Vermijd langdurig spreken in een
ruimte met een slechte akoestiek of omgevingslawaai. Je hebt
de neiging om daar te hard te praten. Vermijd ook rokerige
of stoffige ruimten. De slijmvliezen kunnen geïrriteerd
raken en herhaaldelijk optredende keel- en neusinfecties
maken de stem extra kwetsbaar. Adem in rust (als je langer
achtereen zwijgt) bij voorkeur door de neus, want koude,
droge en vuile lucht wordt door het neusslijmvlies verwarmd,
bevochtigd en gereinigd.
Inzingtip
Liesbeth ten Cate: ‘Bij een koorrepetitie is een
warming up van de stem heel belangrijk. Vaak gaat het er
meteen fors aan toe met bewegingen over een octaaf en luid
zingen. Je kunt beter met kleinere intervallen beginnen,
heel goed naar je eigen stemklank luisteren en zorgen dat je
niet meteen teveel druk zet. Vooraf aan melodische
intervallen is liptrillen een goede oefening: BrBrBrBrBr
(zoals het aanhouden van een tongpunt-r maar dan met je
lippen) en dan met een glijtoon omhoog en weer omlaag gaan.
Je warmt je stembanden op zonder ze te forceren, je zet je
ademhalingsspieren flink in werking en je ontspant je
gezicht.’
Bron:
Zing Magazine |
|