|
|
De hoogte van de larynx, oftewel het strottenhoofd is soms
nog onderwerp van gesprek onder zangpedagogen. In het
strottenhoofd bevinden zich de stembanden of anatomisch beter:
de stemplooien. Het strottenhoofd heeft een belangrijke
primaire functie, namelijk het beschermen van onze lucht-wegen.
Daarnaast komt er ook nog geluid uit door middel van het laten
trillen van de stemplooien. Laten we even teruggaan naar de
eerste functie. Als we slikken, dan zorgt het lichaam ervoor
dat de luchtpijp wordt afgesloten onder andere door middel van
het strottenklepje of epiglottis. Tijdens het slikken kan
iedereen waarnemen dat het strottenhoofd hierbij stijgt. Dit
is anatomisch gezien gewoonweg nodig om de boel goed af te
sluiten. Er zijn dus spieren die het strottenhoofd omhoog
trekken. Deze noemen we even eenvoudig "de heffers". Het
strottenhoofd kan dus op en neer bewegen. Als we zingen,
gebeurt dit ook. Klassiek geschoolde zangers zullen altijd
proberen met een zo laag mogelijk strottenhoofd te zingen.
Hierdoor ontstaat er namelijk meer ruimte boven de stemplooien
om te resoneren en wordt de klank "donkerder", een gewenst
klankideaal bij klassieke zang.
Echter, we moeten rekening houden met een anatomisch gegeven:
naar-mate we hoger gaan zingen, stijgt het strottenhoofd.
Hoezeer we ook proberen deze laag te houden, bij een goede
hoge noot zal de positie hoger zijn dan bij een lage noot: ook
bij klassieke vocalisten. Zangpedagogen die nog niet op de
hoogte zijn van dit gegeven, kunnen vocalisten hiermee in
problemen brengen. Het wetenschappelijk gegeven van een
stijgend strot-tenhoofd bij hogere noten, is al jaren bekend.
Bekende zangpedagogen als Seth Riggs propageren een
gelijkblijvende positie van het strottenhoofd bij alle
toonhoogten. Op een zangsymposium in Londen kreeg Seth Riggs
het onlangs erg zwaar te verduren, want niemand "pikte" zijn
verhaal: het klopt gewoonweg niet - hoe goed ook bedoeld.
We kunnen natuurlijk wel proberen om het strottenhoofd hoger
en lager te positioneren bij eenzelfde noot. Maar dit heeft
met timbre te maken, en kan slechts binnen bepaalde grenzen.
In zijn geheel en van nature stijgt het strottenhoofd dus bij
hoge noten en daalt het bij lage noten. De bandbreedte waarmee
we kunnen kleuren op één en dezelfde toon zal wel steeds
kleiner worden naarmate hogere tonen worden gezongen.
Natuurlijk is niet iedereen bezig met het feit of zijn of haar
strottenhoofd stijgt of daalt en dat is maar goed ook.
Bovenstaand verhaal is een beschrijving van wat feitelijk
gebeurt. Als men gewoon lekker zingt met goede adem-steun, dan
vindt het strottenhoofd zijn eigen weg wel.
Bron:
Jeroen Manuhutu, Vocalcoach,
zanger en publicist. |
|