|
|
|
|
| |
|
Koorkleding: maximaal effect met minimale middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
Door Diet Scholten
Koorkleding:
In het programma Korenslag kregen de finalisten
op het laatst nog even een ‘make-over’. Is het visuele
aspect van een kooruitvoering werkelijk zo belan-grijk? Dat
hangt af van het verhaal dat je wilt vertellen. Een kijkje
in de kle-dingkast van een popkoor, een theaterkoor en een
kamerkoor. Laatste deel in de serie over podiumpresentatie.
Het Popkoor: ‘We kleden ons in
anderhalve minuut om’
De aankleding van een uitvoering is de laatste
jaren veel meer gaan leven.’ Aan het woord is Carla Cobussen,
tot voor kort directeur van BALK, de bond voor lichte
muziekkoren. In dat werk heeft ze ervaren hoe belangrijk de
vraag ‘wat doen we aan’ is. ‘Het is niet eenvoudig om iets
bijzonders met kleding te doen, zeker niet als je met
veertig of zestig mensen bent. Daarom is het slim om uit te
gaan van wat de koorleden in hun kast hebben hangen. Het
beste kun je werken met een simpel basisgegeven als één
kleur of stof – denim bijvoorbeeld – en daarmee gaan
spelen.’ Meer kleuren gebruiken kan ook, maar in dat geval
moeten die wel dezelfde nuance hebben, bijvoor-beeld echt
knallend of echt pastel zijn, aldus Cobussen.
Kledingpolitie
Als lid van popkoor Switch uit Nijmegen kent Carla Cobussen
de mogelijkhe-den en beperkingen van koorkleding uit eigen
ervaring. Het koor wisselt tijdens een uitvoering acht à
negen van outfits. ‘Dat is wel ongeveer de grens, tien keer
verkleden wordt echt te veel. Tijdens solo’s of
instrumentale intermezzo’s kleden we ons in anderhalve
minuut om. Dat geeft behalve spanning een enorme kick. Zo
verrassen we het publiek, want de nummers van popkoren zijn
meestal vrij bekend. De kleding moet de muziek onder-teunen, die blijft uiteraard het belangrijkst. De
regie komt vaak met de eerste ideeën, die de
kledingcommissie - bij Switch wel de kledingpolitie genoemd
– dan tot in details uitwerkt. Als het goed is vormen
kleding, regie, licht èn muziek een doortimmerd en
overtuigend geheel. Switch deed ooit een James Bond-medley
waarbij alle dames een zelfgemaakte galajurk droegen en de
heren een smoking. Maar het kan natuurlijk ook eenvoudiger.
Uiteinde-lijk wordt de kledingkeuze vooral bepaald door de
hoeveelheid tijd, creativi-teit én geld. Voor kleine
zanggroepen kan een kledingverhuurbedrijf heel goed uitkomst
bieden', vindt Cobussen.
Variatie
De mogelijkheden voor variatie in de kleding zijn legio.
‘Een groter koor kan bijvoorbeeld heel goed voor drie
kleuren kiezen. Door zangers in wisselen-de groepjes op te
stellen krijg je telkens een ander kleurbeeld. Het
totaal-beeld moet afwisselend zijn, maar samenhang is
minstens zo belangrijk. Bij verschillende kleuren kan
iedereen dezelfde accessoires dragen, dat brengt rust in het
beeld. Of andersom: iedereen is in het zwart, maar heeft
ver-schillende goudkleurige accessoires. Niet iedereen hoeft
ook een acces-soire te hebben, het heeft al effect bij een
aantal mensen.’ Carla Cobussen denkt dat heel wat koren
intussen beschikken over een voorraad verkleed-kleren: ‘Er
ligt bij mensen van alles op zolder. Bij BALK had ik het
plan om daarvoor een ruildatabase op te zetten. Dat lijkt me
nog steeds een goed idee'. |
|
|
|
Het theaterkoor: ‘Het effect maak je
met z’n allen’
|
|
|
|
 |
|
‘Bij alles wat ik vormgeef, ga ik uit van het verhaal dat
verteld wil worden.’ Claudia de Vos is als professioneel
theatervormgever aangetrokken door vocal group BeSharp!. De
tafel in haar studio is bezaaid met foto’s, voorbeelden uit
haar veelzijdige praktijk.‘Ik probeer altijd met minimale
middelen een maximaal effect te krijgen, ook |
|
|
|
omdat het
budget meestal niet groot is. Om dat effect te bereiken zoek
ik naar archetypische beelden. Het beeld van een sjieke
lobby creëer je met een roodfluwelen achterdoek, een rode
loper en een paar tropische planten. Met een foute bril, een
badge en een meetstok zien zangers er in een handomdraai uit
als laboranten.’ Een uitvoering van BeSharp! begint altijd
met een idee over een thema. Dat idee werken de dirigent,
regisseur en vormgever vervolgens gezamenlijk uit tot
concrete plannen voor een muzikaal én theatraal interessante
voorstelling. ‘Voor kleding heb je specifieke kennis van
zaken nodig, over de mode van vroeger en nu, over
kostuumhistorie en over stoffen. Wat doet een kostuum met
een lichaam, hoe valt de stof? Ik kan wel een specifiek
beeld voor ogen hebben, maar de kleding moet voor de zangers
wel comfortabel zijn.’ Dat luistert overigens bij amateurs
nauwer dan bij professionele zangers of acteurs, heeft ze
gemerkt. ‘Professionals zijn vakmatiger bij een productie
betrokken. Amateurs voelen zich eerder ongemakkelijk als ze
kleren aan-krijgen die ze niet bij zichzelf vinden passen.’
Bij de voorstelling Golven - over een gestrande technicus à
la Robinson Crusoe - kregen de dames een redelijk gewaagde
outfit aan. Strakke broeken met topjes, en niet iedereen
heeft maatje 38. ‘Dat is voor sommigen even moeilijk. Ik
probeer altijd te zoeken naar een oplossing die bij iemand
past, maar leg ook uit dat niet het individuele beeld
belangrijk is. Het gaat om het totaalbeeld, het effect maak
je met z’n allen. In die professionaliteit kun je een groep
absoluut opvoeden.’ Claudia de Vos maakt daarom ook strikte
afspraken over de make-up, en de kousen worden centraal
ingekocht.
Petticoats
Props of attributen zijn onontbeerlijk, net als één soort
basiskleding. Die hoeft niet duur te zijn. De little black
dress van de vrouwen van BeSharp! werd voor twintig euro
gescoord bij H&M. Bij de voorstelling De Finalisten droegen
zij daaroverheen vijftigerjaren zwart-witte rokken met
petticoats; de mannen hadden overhemden van dezelfde
stoffen. ‘Dat was de basiskleding van de voorstelling. Maar
bij een gospelscène gingen de petticoats en schoenen uit,
een witte sjaal ging om en daar stond meteen een
gospelkoor.’ Klassieke koren kunnen volgens Claudia meer met
kleding doen dan het handige, maar tamelijk obligate ‘zwart
met een accent’. ‘Denk na over wat je wilt vertellen, zoek
naar een andere definitie van klassiek. Een koor dat muziek
uit de hele wereld zingt kan zich bijvoorbeeld in kleding
uit alle windstreken tooien. Muziek van louter Nederlandse
componisten vraagt om beelden die dat gegeven ondersteunen.’
Dus een koor op klompen? ‘Waarom niet? Maar plak er dan wel
rubber onder!’ |
|
|
|
Het kamerkoor: klassiek en toch
feestelijk
|
|
|
|
De meeste klassieke koren gaan qua kleding voor zwart, met
hoog-uit een kleuraccent: een sjaal, een corsage, een
vlinderdasje. Ieder-een zoekt in zijn of haar klerenkast en
daarmee basta, want opval-lende kleding leidt de aandacht |
|
 |
|
| |
|
maar af van de muziek. Een onterechte angst,
vindt theater-vormgever Claudia de Vos, maar wel begrijpelijk
gezien de traditie waaruit deze koren voortkomen. Dat er iets
meer mogelijk is dan zwart-met-kleuraccent blijkt uit het
verhaal van Leny Noordermeer. Zij is de ‘kledingfunctionaris’
van het Utrechts Vocaal Ensemble (UVE).
Geen uniform
Leny Noordermeer: ‘De kwestie koorkleding kwam ieder jaar terug
op onze ledenvergadering. Toen zijn we maar eens gaan nadenken
over vragen als: wat voor koor en mensen zijn wij en in welke
kleding voelen we ons op ons gemak. We zochten naar een stijl
die tot uniformiteit maar niet tot een uniform leidde en kwamen
uit op iets dat feestelijk en klassiek was, qua kleur én stof.’
Zodat sinds een paar jaar de mannen optreden in een zwarte broek
en een zwart overhemd – één knoopje los – en vrouwen in zwarte
broek en een paarse blouse of jasje, gemaakt van dezelfde zijden
stof. ‘Alle blouses en jasjes zijn verschillend van model. Met
elke vrouw is overlegd wat ze het leukst vond. De blouses en
jasjes hebben we vervolgens met een paar handige mensen zelf
gemaakt. Omdat de kleding nog een aantal jaren moet meegaan heb
ik extra stof gekocht, voor eventuele nieuwe leden.’
Leny kan zich goed voorstellen dat je als koor een concertthema
tot uiting laat komen in de kleding. Dat je bij een programma
rond Maria bijvoorbeeld werkt met lichtblauw en bij liederen
over de zee met iets blauw-wit gestreepts. ‘Maar dan moet je ook
kiezen voor een vrijere kooropstelling en voor regie, anders ben
je hooguit een verkleed koor.’
Bron:
Zing Magazine, 2007 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Tips |
|
| |
|
|
| |
Tips van Carla Cobussen
- Ga uit
van wat er bij koorleden in de kast hangt en houd de
basis simpel
- Varieer
met kleur en accessoires, maar zorg dat het beeld
evenwichtig blijft
- Kies
kledingstukken die meermalen te gebruiken zijn
Tips van Claudia de Vos
-
Investeer in kleding: wil je iets
doen, doe het dan goed
-
Probeer liever te veel plannen
uit, dan te weinig. Vereenvoudigen kan altijd nog
-
Werk samen met een regisseur: de
opstelling van de zangers heeft invloed op het effect
van de kleding.
Tips van Leny Noordermeer
Maak een analyse van de uitstraling
van je koor en de muziek die je brengt. De kleding moet
daarbij. passen. Zorg dat niemand qua kleding uit de toon
valt; let ook op ‘foute’ sokken, schoenen of sieraden. Kies
alleen voor het zelf maken van kleding als je genoeg
vakkundige mensen hebt.
|
|
|
|
|
| |
Zing Magazine |
|
| |
|
|
| |
 |
|
| |
|
|
| |
Zing Magazine is een tijdschrift voor iedereen die van zingen houdt. Van koorzangers en -zangeressen, tot duo en grootkoor, van smartlap tot oratorium; voor solisten op het podium en in de badkamer, maar ook voor dirigenten en zangdocenten.
Meer... |
|
|
|
|
| |
Artikelen Zoeken |
|
| |
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
Artikelen Aanmelden |
|
| |
Heeft u zelf interessante artikelen
geschreven over zingen of kent u artikelen over zingen die u voor deze rubriek wilt
aanmelden, laat het ons dan
hier
weten!
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| |
VoicEmail |
|
| |
Op de hoogte blijven van het laatste vocale nieuws? Neem
hier geheel
vrijblijvend een gratis abonnement op VoicEmail, de e-mail
nieuwsbrief voor Zingend Nederland.
|
|
| |
|
|
| |
|
|
|